Nieuws
Afvalverbrandingsovens GENOEG
26 januari 2010
Dinsdag werd in de Commissie Leefmilieu (Vlaams Parlement) een interessante gedachtewisseling gehouden over de problematiek van de afvalverwerking in Vlaanderen. Reeds in april 2009 stelde Vlaams Volksvertegenwoordiger Marleen Van den Eynde de vraag aan toenmalig minister voor Leefmilieu , Hilde Crevits, of het niet aangewezen was om een tijdelijk moratorium in te stellen voor de bouw van nieuwe afvalverbrandingsovens. Toen al was duidelijk dat de afvalverbrandingsovens in Vlaanderen niet op volle capaciteit draaien. Bijkomende ovens zou dus een marktverstoring kunnen teweeg brengen. Alle huisvuilverbrandingsinstallaties in Vlaanderen zijn intercommunale samenwerkingsverbanden. M.a.w. de gemeenten of liever de belastingbetaler is een stuk eigenaar van de afvalverwerkingsinstallatie. Wanneer de minister nu een aantal milieuvergunningen toekent, voor nieuwe afvalverwerkingsinstallaties, bestaat de kans dat een aantal intercommunale huisvuilverwerkingsinstallaties hun activiteiten niet kunnen blijven uitvoeren, en failliet zullen gaan. Ook uit de voorgestelde cijfers van Dexia blijkt dat er nu reeds een aantal afvalverbrandingsovens het moeilijk hebben om overeind te blijven. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk dat er zeer omzichtig moet omgesprongen worden met de toekenning van vergunningen voor nieuwe installaties. Voor ons lijkt een tijdelijk moratorium noodzakelijk. Wij begrijpen wel de opmerkingen van FEBEM dat , wat bedrijfsafval betreft , concurrentie mogelijk moet zijn, maar niet op de kap van de burger die mede-eigenaar is van de intercommunale samenwerkingsverbanden en zo mee de factuur zal moeten betalen bij mogelijk faillissement.
Marleen Van den Eynde